Het ging even helemaal niet goed met mij en daar schrok ik behoorlijk van. Natuurlijk mankeren we allemaal wel eens iets en dat geldt ook voor mij.

Dat ik niet-gediagnostiseerde ADHD heb, heb ik inmiddels wel een plekje gegeven. Behalve op incidentele momenten na, als ik met de juiste (lees: verkeerde) personen ben en nogal uitgelaten en druk kan zijn, hebben andere mensen daar eigenlijk weinig last van. Het is vooral vervelend voor mezelf. Mijn extreem-mannelijke brein, door (kinder)psychiaters aangeduid als autisme, vraagt dan weer wel wat aanpassing van mijn directe omgeving.

Waar mijn sociale en professionele netwerk waarschijnlijk het meeste last van hebben, is mijn OCD. Daardoor probeer ik iedereen die mij maar een beetje kent hardnekkig te overtuigen van hoe belangrijk de organisatie is waarvoor ik werk en hoe belangrijk het is dat om daar geld voor in te zamelen. Ik wil wel even benadrukken dat ik nadrukkelijk niet bedoel dat mijn werk belangrijk is. Tot slot zal het dit voorjaar niemand ontgaan zijn dat ik tijdens een specifieke periode in combinatie met de bijbehorende muziek lijdt aan iets wat veel weg heeft van een hardnekkige vorm van aspecifieke epilepsie.

Het is de deze week zelf gestelde diagnose die me enorm uit het veld heeft geslagen. Ik heb daar echt een paar nachten slecht van geslapen. Ik heb het zelfs een tijdje ontkend, maar moest er uiteindelijk aan toegeven: ik heb een ernstige vorm van PBZS. Post Bikepacking Zinloosheids Stoornis is weliswaar nog niet officieel is opgenomen in de DSM-5, maar de symptomen zijn niet mild.

De persoon met PBZS:

  • heeft voortdurend het sterke gevoel te móéten te fietsen;
  • komt niet tot daadwerkelijke actie;
  • heeft geen flauw idee waar hij in zijn eigen omgeving nu weer naartoe zal fietsen – hij is namelijk overal al ontzettend vaak geweest;
  • wordt overmatig aangetrokken tot berichten van andere (wereld)fietsers, die meerdere dagen met minimaal één fietstas aan hun fiets onderweg zijn;
  • maakt voortdurend plannen voor nieuwe, overmatig ambitieuze fietstochten op verschillende continenten;
  • kan nauwelijks de aandrang onderdrukken om nieuwe en overbodige materialen te kopen voor de fietstochten die hij dús toch niet gaat maken;
  • loopt ernstig risico het slachtoffer te worden van het N+1 syndroom.

In tegenstelling tot de meeste diagnoses in de DSM-5 hoeven deze symptomen maar tien dagen aan te houden om de stoornis officieel vast te mogen stellen. Op dat moment is actie gewenst en moet er gestart worden met de behandeling om ernstig decorumverlies te voorkomen.

Er is maar één behandeling die helpt. Stap nondeju gewoon op de fiets en ga een stukje rijden. Daaronder valt overigens niet:

  • met de ‘gewone’ fiets naar de winkel;
  • de auto laten staan en op de fiets naar je schoonouders gaan;
  • handmatig een activiteit op Strava uploaden omdat vijf weken geleden jouw Garmin niet aan stond;
  • andere onzin.

Het enige dat helpt is exposure-therapie: de patiënt zal de confrontatie moeten aangaan en de fiets waarmee de bikepacking-tocht is gemaakt in al zijn schokkende kaalheid zonder tassen en andere accessoires onder ogen moeten komen. Mogelijk (lees: laten we dat hopen) is de fiets na de tocht, die aanleiding was voor het ontstaan van de PBZS, gepoetst en in het ergste geval zelfs voor een onderhoudsbeurt naar de fietsenmaker geweest. Dat versterkt het ontnuchterende effect van de therapie en moet vooral niet gecamoufleerd worden. De patiënt moet de fiets onder ogen komen en dan gewoon opstappen en fietsen. Liefst met dezelfde fietskleding (gewassen natuurlijk) die hij bij de bewuste tocht heeft gebruikt.

Vandaag ben ik met mijn therapie begonnen en ik moet zeggen: het helpt verrekte goed. Mijn gravelbike was helemaal kaal. Ik moest de banden nog even wat extra lucht geven en bleek het zadel nog niet helemaal op de goede hoogte te hebben gezet. Ik had de standaardhouder voor mijn Garmin nog niet eens gemonteerd. Onderweg bleek dat overigens extra bevrijdend te werken!
En mijn verwachting wat betreft de therapie werd overtroffen. Al bij de eerste kleine klim bleek dat het wel lekker ging. De eerste ideeën om bekende segmenten op een andere manier aan elkaar te rijgen stroomden binnen. De cadans van mijn benen en het zoemen van de banden op het asfalt zorgen voor de nodige endorfine. Eerlijk is eerlijk: het weer versterkte de therapeutische werking enorm.

Die therapeutische werking was zelfs zo effectief, dat ik binnen afzienbare tijd enorme spijt had van mijn afspraak dat ik binnen anderhalf uur thuis zou zijn. Ach, morgen is weer een dag.