Hoewel ik katholiek ben opgevoed heb ik er eigenlijk nooit zoveel mee gehad en nog steeds niet. Dat ik op de eerste ochtend van deze fietstocht om zes uur wakker word geklingeld door een overijverige koster, bevordert mijn liefde voor de kerk ook niet.
En toch hebben fietsen, wielrennen om precies te zijn, en de kerk een nauwe verbinding met elkaar. Ik heb er ooit iets over gelezen en heb het voor de zekerheid even opgezocht.
In 1949 verklaarde niemand minder dan paus Pius XII Onze-Lieve-Vrouw van Ghisallo officieel tot patrones van de wielrenners. De kapel van Madonna del Ghisallo bij het Comomeer is sindsdien een soort bedevaartsoord voor wielrenners. Er staat zelfs een klein wielermuseum naast.
Ik dacht bij een bedevaartsoort voor wielrenners altijd aan het monument van Tommy Simpson of het graf van Frank VDB op de begraafplaats van Ploegsteert, maar een kapelletje in Noord-Italië? Ik moet er een beetje om lachen.
Maar ik zie wel een andere verbinding tussen fietsen en het geloof, namelijk de pelgrimstocht. Hoewel ik zelf nog nooit het idee had om naar Santiago de Compostela te gaan, zie ik mijn tocht wel als een vorm van pelgrimage. Als het puur om de Mont Ventoux als bestemming zou gaan, was ik gewoon in de auto gestapt.
Het gaat het juist om de tocht en wat je daarbij allemaal tegenkomt. Wind in de rug die plotseling draait en je tot extra inspanning dwingt om je tocht voort te zetten. De hele dag met je eigen gedachtes onderweg. Daar komen niet altijd heel goede gesprekken van. Je ontmoet als solo-fietser ook altijd andere mensen.
Vandaag was dat Han uit Zwitserland. Hij haalde me in op een prachtig vlak stuk langs de Meusse, zo noemen ze hier de Maas. Maar Hans fietste niet, hij handbike-te (als dat een woord is).
Onlangs was hij gepensioneerd en hij vond dat een mooie aanleiding om een reis te maken. En zo reisde hij via Noord-Italië, Sardinië, Spanje en de Atlantische kust naar België. Na zestien weken zakt hij via de Vogezen weer terug naar Bern.
Ach, dan is mijn tocht maar een peulenschilletje.
Terug naar de kerk en de pelgrimstocht. Hoe langer ik fiets, hoe meer ik begrijp waarom mensen eeuwen geleden te voet naar een heilige plaats trokken.
Je laat je gewone leven even achter en gaat op pad. Je wordt moe. Je ziet andere landschappen en ontmoet andere mensen. Je komt jezelf tegen.
En uiteindelijk kom je ergens aan waar je nog even achterom kijkt. Naar de weg die je hebt afgelegd. Misschien is dat wel waarom boven op zoveel bergen een kapelletje staat.
Niet omdat God per se van wielrennen houdt. Maar omdat je boven op een berg eindelijk even stil kunt staan om te zien hoever je gekomen bent en dankbaar te zijn daarvoor. Maar vooral om gewoon even uit te hijgen.





