…while you’re busy making other plans.

Er zijn tijdens mijn fietstocht nogal wat momenten geweest waarop die gedachte door mijn hoofd spookte. Ken je dat gevoel dat je denkt dat je precies weet waar de uitdagingen liggen? Dat je je goed hebt voorbereidt en alles opeens anders is? Zo keek ik ook naar een dag lang tegen de wind in fietsen. Ik zag mezelf heroïsch ploeterend over dijken en langs kanalen, schakelend naar het lichtste verzet terwijl de wind genadeloos op me inbeukte. De wind zou me dwingen naar het westen te fietsen. Het zou zwaar worden, maar ook overzichtelijk.

In de laatste dagen veranderde de weersverwachting. De wind draaide en zou waarschijnlijk ‘een eitje’ worden. Maar daar kwam iets wel anders voor in de plaats: temperaturen boven de dertig graden. Geen storm die aan je trekt, maar hitte die zich langzaam in je lichaam nestelt. 

Laat ik je meenemen met mijn dag tegenwind.

Om de extreme hitte voor te zijn, gaat al om 4 uur in de ochtend mijn wekker. Elke kilometer die ik afleg voordat de zon echt doorbreekt is meegenomen. Mijn fiets en alles wat ik nodig heb, staat al klaar sinds gisteren. Nog even een paar broodjes smeren en een kop koffie naar binnen werken en ik kan weg. Omdat de grote boodschap zich nog niet heeft aangediend, neem ik nog snel wat toiletpapier mee: voor een eventueel ‘Tom Dumoulin-tje’, zoals dat sinds 2017 heet. Om 4:51 uur klikken mijn schoenen in de pedalen.

De wind heeft inmiddels bepaald dat ik naar het noordwesten moet. Ik zal al snel de grens oversteken en het grootste deel van de dag door Duitsland fietsen. Helaas, want het land van die Mannschaft heeft het niet zo op faciliteiten voor fietsers. Ze kunnen zich wat dat betreft meten met de Belgen. Het asfalt is aangelegd in 1874 en daarna is er nooit meer iets aan gedaan. Vooral in de steden is het een verschrikking: fietspad en voetpad zijn één en bij elke kruising of zijstraat is het stoepje-af-stoepje-op. Om verrückt van te worden.

Verder verloopt de tocht lekker. Van wind is nauwelijks sprake en de absurd vele Duitse vlaggen hangen slap langs de vlaggenmasten. Bijzonder, al dat chauvinistische vlagvertoon, dat zie je in Nederland bijna nooit… De eerste uren lijkt het zelfs alsof ik wind in de rug heb, maar mijn weerapp stelt me gerust: de wind komt echt uit het noordwesten. Ondertussen is het nog net zo bewolkt als toen ik vanochtend vertrok. Doordat het lang schemerig is en ik – zoals dat hoort – wel mijn fietsbril op mijn neus heb, rijd ik in het eerste uur twee keer verkeerd. Ik mis gewoon de details mijn navigatie.

Ik heb besloten om goed voor mezelf te zorgen vandaag: ik zet een timer zodat ik elk uur eraan herinnerd word dat ik een paar minuten de tijd neem om iets te eten. Een stevige hongerklop als extra uitdaging wil ik voorkomen. Na de derde stop begint de wind beetje bij beetje aan te wakkeren. Het is duidelijk merkbaar dat ik de wind niet mee heb. Het is allemaal verre van heroïsche beuken tegen de wind, maar je kunt niet alles hebben.

Ondertussen merk ik dat zich nog een extra uitdaging heeft aangediend: verveling! Wat is het landschap waar ik doorheen fiets bloedstollend saai. Dat ene grote natuurgebied dat ik dacht te doorkruisen, blijkt niet meer dan een onverklaarbare donkergroene plek op de online kaart van Komoot. Niks geen schaduwrijk bos en ondertussen is het land zo vlak als een pannenkoek. Zo heb elk voordeel zijn nadeel: Weinig tot geen hoogtemeters leveren ook weinig tot geen avontuur op.

Dat bos kan ik trouwens wel gebruiken, want inmiddels heeft de zon het gewonnen van het wolkendek en loopt de temperatuur flink op. Hoe tegenstrijdig dat ook lijkt: fietsend heb ik het minder warm dan als ik pauzeer. De zelf opgewekte tegenwind is verkoelend. Mijn water en sportdrank zijn dat inmiddels niet meer. Ze hebben weliswaar de temperatuur van koffie maar smaken daar allesbehalve naar. En dat voelt mentaal behoorlijk zwaar.

Misschien dat daarom vanaf een uur of 10 de tijd tussen twee pauzes lijkt langer te duren. Het zal wel verbeelding zijn. Ik heb me een paar uur geleden zelf gek gemaakt dat het best een beetje sneller kon en daar betaal ik nu de prijs voor. De pauzes volgen elkaar wat sneller op. En ik heb een goed excuus om dat te verantwoorden: ik besluit dat elk tankstation misschien wel de laatste kans is om iets drinkbaars te kopen om mijn vocht aan te vullen. Het houdt me op de been, want eten met deze hitte wil niet echt lukken.

Bij de zoveelste pauze in de schaduw van een bushokje pak ik even mijn telefoon. Ik word geconfronteerd met een onverwachte uitdaging: de NS. Nou ja, onverwacht… Ik heb de avond voor mijn vertrek al ontdekt dat er geen treinverkeer is vanuit Enschede. Almelo ligt zo’n drie kwartier verder en vanuit daar brengen twee intercity’s en een boemel via Utrecht naar Heerlen. Dat moet te doen zijn. Maar… dat reisadvies blijkt vervallen. Als in Nederland geen blaadjes op het spoor liggen, of wissels bevroren zijn, kan het zomaar voorkomen dat een bovenleiding een hitteberoerte krijgt.

Elk nadeel blijkt ook zijn voordeel te hebben: elk station boven Enschede/Almelo leidt via Utrecht en is dus uitgesloten. Het betekent dat ik noodgedwongen mijn tocht moet inkorten. Vanuit Winterswijk kan ik via Zutphen, Arnhem, Nijmegen en Venlo in Roermond de intercity naar Heerlen nemen. Het zorgt er wel voor dat ik vaker moet overstappen als dat ik vandaag heb geschakeld. En tegelijk ligt Winterswijk dichterbij dan ik eigenlijk wil. Hoe warm het ook is en hoe groot de verleiding ook is: ik wil minimaal 200 kilometer fietsen vandaag.

Tot aan het Duitse plaatsje Vreden volg ik mijn route. Ik hoop dat het net genoeg is om na een vreemde bocht linksom de 200 kilometer aan te tikken voordat ik station Winterswijk binnenrol. Het is kantje boord. Dankzij het vierde bezoek aan een benzinestation red ik de spreekwoordelijke meubelen. Eenmaal in de eerste trein van de dag zit mijn uitdaging erop. Alhoewel…